Schloss Quedlinburg

Bovenop de steile, rotsige Schlossberg staat het Schloss Quedlinburg. Het is ontstaan uit de gebouwen van de voormalige abdij van Quedlinburg. Daarnaast ligt het St. Servatius kerk. Samen met deze kerk en de oude binnenstad, maakt het kasteel deel uit van de Werelderfgoedlijst van de UNESCO.

In 922 werd er voor het eerste over de stad Quedlinburg geschreven door koning Heinrich I. Destijds heette de stad nog ‘villa, quae dicitur Quitilingaburg’. Heinrichwerd in 919 koning van Duitsland en liet het kasteel ombouwen tot een paleis en fort. Het werd zijn favoriete onderkomen tijdens zijn bewind. Na zijn overlijden in 936 kwam het kasteel in het weduwengoed van zijn vrouw, de heilige Mathilde. Zij besloot een abdij te stichten. Door alle giften van de Ottonen, werd de abdij enorm rijk. Na de Reformatie werd de abdij protestants en werd het omgezet in een evangelisch vrij-wereldrijk sticht, waar ongehuwde adellijke dames conform hun stand konden wonen. Het sticht werd in 1803 opgeheven en de inboedel werd verkocht door koning Jérôme Bonaparte van Westfalen.

Van het kasteel dat Heinrich I liet bouwen, is alleen de begane grond nog bewaard gebleven. De kasteelpoort is 15e eeuws en de drie vleugels stammen uit de 16e en 18e eeuw. De 16e eeuwse gotische vleugels bepalen de stijl.

In het kasteel is het Schlossmuseum gevestigd. Het museum is gewijd aan de geschiedenis van de abdij en de stad Quedlinburg. Er zijn prehistorische vondsten te zien en een verzameling schilderijen uit Italië en Nederland uit de 16e en 17e eeuw. Er is een tentoonstelling over de  Ottoonse tijd in de Ottonenkeller en er wordt ook aandacht besteed aan de wijze waarop de Nazis de geschiedenis van deze periode probeerde te gebruiken voor hun eigen doeleinden.

Boek een hotel in Quedlinburg

Booking.com