Catedral de San Cristóbal

In 1748 begon de bouw van de Catedral de San Cristóbal onder het wakend ook van de paters jezuïeten, maar nadat ze van Cuba verjaagd waren als gevolg van een conflict met de Spaanse Kroon, werd de kerk in 1777 afgebouwd door franciscanen. De kerk kreeg de status van kathedraal toen de oude Parroquial Mayor instortte na een ontploffing van een schip in de nabijgelegen haven. In 1789 werd de San Cristóbal gewijd als de Catedral de la Virgen Maria de la Inmaculada Concepción, en kreeg het pleintje waarop hij stond de naam ‘kathedraalplein’. In 1796 kreeg hij de naam Catedral de San Cristóbal de la Habana toebedeeld omdat er volgens een volksgeloof de relieken van niemand minder dan Christoffel Columbus zouden hebben gelegen. Een plaquette links van de preekstoel bevestigd dit verhaal, maar officiële historische bronnen ontbreken. De architectuur volgt het ontwerp van de traditionele jezuïetenkerken. De Cubaanse-barokke façade vertoont de gebruikelijke grandeur met twee ongelijke klokkentorens en een overvloed aan nissen en zuilen. Er bevinden zich acht kapellen waarvan de Sagradio-kapel uit 1755 de grootste is. Deze staat in het teken van de Madonna van loreto en bevat exvoto’s in de vorm van miniatuurhuizen. Langs het hoofdaltaar staat een enorm houten beeld van St.-Christoffel, dat de Sevillaan Martin de Andújar in 1636 sneed. De benen van het beeld staan niet in verhouding tot de romp omdat het enorme beeld niet door de portaal paste. Hierdoor werden de benen afgezaagd. Op 16 november, de dag van de heilige, wordt een plechtige mis gehouden, waarbij de gelovigen langs het beeld lopen en zijn zegen vragen. De heilige geeft deze alleen op voorwaarde dat binnen de muren van de kerk niet gesproken wordt.

Boek een hotel in Havana

Booking.com