Porta Nigra

Het bekendste monument van Trier uit de Romeinse tijd is de Porta Nigra, ook wel bekend als de Zwarte Poort. Het werd als een onderdeel van de stadsmuur omstreeks 160 a 180 na Christus gebouwd. Met de breedte van 36 meter, hoogte van 30 meter en een diepte van 21,5 meter is de Porta Nigra het grootste Romeinse bouwwerk van Duitsland.

De Romeinen bouwden in die tijd de openbare gebouwen met grote quaderstenen. Dit zijn zandblokken uit het nabijgelegen dal Kylltal. Ze werden op maat gezaagd door bronzen zagen die aangedreven werden door molens. Ze werden zo gezaagd dat ze op elkaar pasten, zonder voegen. Oorspronkelijk werden de stenen verbonden met ijzeren krammen, zoals dit ook is gebeurd met het Colosseum in Rome. In de middeleeuwen werden de ijzeren krammen echter uit de stenen gehaald omdat ijzer kostbaar was. Door verwering en roetafzetting werden de stenen na verloop van tijd zwart van kleur. Het is dus ook niet gek dat Porta Nigra niet de oorspronkelijke naam was van deze poort.

In de middeleeuwen werd de Porta Nigra opgenomen in de St. Simeonskerk. De Simeonsklooster, die grentst aan de poort, is nog een herinnering aan de kerk. Napoleon liet de poort in 1804 in de oorspronkelijke staat herstellen en de Porta Nigra werd tussen 1822 en 1875 weer gebruikt als stadsmuur. Sinds 1986 werd de Porta Nigra, samen met de andere monumenten van Trier, toegevoegd aan de Werelderfgoedlijst van de UNESCO.

Boek een hotel in Trier

Booking.com