Death Valley National Park

De Death Valley National Park  is het woestijnachtige gebied in de Amerikaanse staat Californië (en een klein deel in Nevada) en is het heetste, droogste en de laagste plek van heel Noord-Amerika. In 1994 werd het uitgeroepen tot National Park en daarmee is het één van de nieuwste National Parks van de Verenigde Staten.  Sinds 1933 was het gebied reeds een National Monument, maar president Bill Clinton riep het gebied uit tot National Park in 1994. Death Valley maakt deel uit van het Grote Bekken en de Mojavewoestijn.

In de laatste miljoenen jaren zijn er verschillende sedimentaire lagen aangelegd die vervolgens weer erodeerden. Death Valley heeft enkele malen onder water gestaan en er wordt zelfs beweerd dat er gletsjers zijn geweest. Later werden er vulkanen en bergen gevormd die door erosie weer werden afgesleten tot het landschap weer glad was. 16 miljoen jaar geleden begon de aardkorst in Noord-Amerika zich uit te strekken. De vallei werd gevormd zoals deze tegenwoordig te zien is. Tijdens ijstijden had het gebied meerdere meren, waaronder Lake Manly. Het woestijngebied van tegenwoordig is ontstaan uit de meren die opdroogden. De Sierra Nevada voorzag de meren niet langer van smeltwater waardoor zout en mineralen zich konden concentreren. Op deze wijze ontstond het droge, hete gebied dat we nu kennen.

Death Valley kreeg zijn naam in 1849 toen immigranten de vallei over wilden steken op zoek naar goud. Enkele goudzoekers verdwaalden en waren bang te sterven. De groep splitste zich op, waarbij één groep de hitte niet overleefde. Toen de overlevers de vallei verlieten, zou iemand hebben gezegd ‘Goodbye Death Valley’. Ook in Death Valley werd goud en zilver gevonden in 1850. Dertig jaar later werd er borax gevonden en gewonnen. Muilezels vervoerden de borax, maar dit bleek onrendabel waarmee er werd gestopt met de boraxwinning. Het Zabriskie Point is vernoemd naar de onderdirecteur van de Pacific Coast Borax Company, Christian Brevoort Zabriskie.

De naam van dit gebied heeft een goede reden, want het weer kan extreem zijn. In de zomer is Death Valley één van de heetste plekken op aarde, samen met enkele andere woestijngebieden in Afrika en het Midden-Oosten. De gemiddelde temperaturen liggen tussen juli en augustus rond de 45 graden Celcius en het koelt ‘s nachts niet verder af dan 30 graden Celcius. De hoogst gemeten temperatuur ooit was 56,7 graden Celcius in juli 1913. Doordat delen van de vallei 85 meter onder zeeniveau liggen en de wolken door de omliggende bergen de vallei niet kunnen bereiken, is er nauwelijks schaduw en regen. In de winter en lente zijn de temperaturen aangenaam. Het vriest vrijwel nooit hier. Het laagste punt van het westelijk halfrond is te vinden in Badwater.

De unieke flora en fauna hebben zich weten aan te passen aan de barre omstandigheden in het gebied. Er zijn prachtige zandduinen te bewonderen, mooie rotsformaties, kraters, mooie uitzichtpunten en plaatsen met culturele achtergronden. Death Valley National Park is groot. Wie de tijd wil nemen om de verschillende bezienswaardigheden te bekijken, zou een nachtje moeten overnachten in het gebied.

Wat kun je hier zien en doen?

Bezienswaardigheden en must-do's in Death Valley National Park

Boek een hotel in Death Valley National Park

Overtuigd? Boek dan direct een hotel in Death Valley National Park via Booking.com.

Deel deze pagina

We zijn benieuwd naar jouw ervaringen en tips

Ook in Californië

Bekijk ook deze steden en plekken in Californië